Een knappe arts die mij nog langer laat wachten!


Wachten, een vast onderdeel van de medische molen. Zoals je een berg niet kunt verplaatsen, kan je het wachten niet vermijden. Wat maakt dat wachten nou zo moeilijk, en hoe ga je ermee om? Verwacht niet het onmogelijke van jezelf.

Marit is met haar zakelijke gezicht binnengekomen maar heeft moeite om dat zo te houden. ‘Hoe staat het ervoor?’ vraag ik. Het is misschien niet de origineelste vraag, maar duidelijk de enige die er nu toe doet. ‘Ik zit in de wachtkamer, meer valt er niet te zeggen,’ zegt ze een beetje kortaf. Ik zie de eerste traan al. Het komende uur hebben we het over haar wachtkamer.

Wachten, een vast onderdeel

Tijdens vruchtbaarheidsbehandelingen zit je veel in die wachtkamer. Je moet wachten op de volgende menstruatie, op de punctie, op de eerste test. Je wacht tot je aan de beurt bent voor het volgende onderzoek of je operatie. Je geduld wordt voortdurend op de proef gesteld en dat is dan nog maar één aspect van al die dingen die zo zwaar zijn aan een medisch traject.

Waarom is wachten zo frustrerend en onprettig? Allereerst natuurlijk omdat je niet wilt wachten. Je wilt nu die zwangerschap, je was er een hele tijd geleden al aan toe om moeder of vader te worden.  Voordat je die beslissing nam heb je eerst gewacht tot jij er klaar voor was, maar dat was een ander soort wachten. Het was wachten waar je je eigen redenen voor had.

Wachten tot de zwangerschap zich eindelijk aandient is een ander soort wachten. Je hebt het niet zelf in de hand, je hebt niets te kiezen. Je bent overgeleverd aan…ja, wat eigenlijk? De goede zorgen van het personeel? De efficiëntie van het ziekenhuis? Eigenlijk is er niet altijd iets aanwijsbaars. Je kunt dan niet zeggen: ‘Dáár ligt het aan!’ Toch is dat een grote behoefte. We willen een oorzaak voor de narigheid kunnen aanwijzen. Als er dan iets misgaat in het ziekenhuis ben je soms bijna dankbaar dat er iets te mopperen valt.

Zo moet Marit nog maanden wachten op een spontane zwangerschap die nu al meer dan een jaar uit is gebleven. Denkt die arts nou echt dat dat gaat gebeuren? Ze heeft nu alvast een afspraak gemaakt. Een knappe arts die haar nu nog langer kan laten wachten.

Psychologie

In de omgevingspsychologie worden manieren gezocht om wachten minder erg te maken. Door de wachtkamer aantrekkelijker te maken, maar ook door systemen te bedenken waardoor je inzicht hebt in hoe lang je nog moet wachten. Door een scherm met nummers neer te zetten, bijvoorbeeld.  Wil je een tevreden klant? Overdrijf de wachttijd dan. Helaas, bij vruchtbaarheidsbehandelingen gaat dit niet op, al kan de arts die uitspraken doet als  ‘aan het eind van de zomer bent u zwanger, mevrouw,’  hier nog wat van leren.

Goede informatie dan?  Artsen en verpleegkundigen besteden daar aandacht aan, geven zoveel informatie als ze voorhanden hebben. Zo doen ze wat ze kunnen om het wachten te verlichten. Het internet zorgt voor de rest. Informatie kan houvast geven, maar ook onrust. Maar al te vaak geven mensen aan dat zijzelf of hun partners voortdurend aan het zoeken zijn naar informatie. Ook daar ligt de behoefte aan verklaringen ten grondslag, en de behoefte om iets te doen. Iets doen is belangrijk, geeft de illusie dat we de dingen op kunnen lossen. En toch: als veel informatie de oplossing zou zijn, zou je op een goed moment wel stoppen met googelen.

Zoals je een berg niet kunt verplaatsen kun je ook het wachten niet vermijden. ‘Ik wil het leren accepteren’ zeg je, maar daar slaag je niet in. Het is teveel gevraagd. Erken dat het zwaar is. Ga na wat het voor jou betekent en wat jij nodig hebt om er doorheen te komen.  Maak die wachtkamer zo gemakkelijk mogelijk en verwacht niet het onmogelijke van jezelf. Lukt het niet alleen? Vraag eens iemand om even naast je te gaan zitten.

Gewoon gaan zitten

De wachtkamer van Marit is een kamer met veel ramen en een deur. Ze kan door de ramen naar buiten kijken en dat doet ze ook. Daarbuiten is het leven, er lopen mensen rond die met van alles bezig zijn. Het kan haar niet zo boeien. Zijzelf loopt rondjes in de wachtkamer, die kleine, benauwende ruimte. Ze vertrekt niet. Haar man zit intussen een tijdschrift te lezen en zit zijn tijd uit. Die rust zou zij ook wel willen.

‘wat zou er gebeuren als je gewoon eens naast hem gaat zitten?’ vraag ik.  Daar heeft ze duidelijk nog niet over nagedacht, en ze lijkt ongerust bij het idee. ‘Dat voelt alsof ik me erbij neerleg dat ik moet wachten’, zegt ze voorzichtig.  Kan dat wel? Ik vraag haar het eens te proberen en ze gaat – virtueel-  zitten op een van de stoelen die ze net heeft beschreven.

Het voelt verdrietig. Zinloos, machteloos en, ja, wanhopig zelfs. Allerlei emoties komen langs, die ze anders niet echt de ruimte geeft. We geven ze een voor een aandacht. Even zitten naast haar man geeft rust. ‘Maar niet te lang,’ lacht ze opeens.  Door aandacht aan haar gevoelens te besteden voelt ze nu ook weer waarom ze blijft, en niet door de deur van de wachtkamer naar buiten loopt. Dat kan altijd nog. Voor nu kan ze weer even verder. Er komt een drukke werkweek aan.