‘Hoe gaat mij dat dan helpen?’ Praten over kinderloosheid.

Zoals collega Ineke Heesterbeek deze week in haar blog op www.heesterbeek-hulpverlening.nl schreef, hebben mensen bij verdriet en tegenslag zo hun manieren om dit te overleven. Je moet toch door, zeggen cliënten dan, je moet het toch allemaal alleen doen en niemand kan je daarbij helpen. Toch zitten ze op dat moment bij mij in de spreekkamer, wat betekent dat ze hulp hebben gezocht. Ze verwachten iets, ze hopen iets, ze willen zich in ieder geval niet meer zo voelen als ze zich voelen. Ze weten wel dat ze het zelf moeten doen maar willen het niet alleen doen. Dat is niet voor niets.
Het verwerken van verdriet, zoals (definitieve) ongewenste kinderloosheid, dat kan niet in je eentje. Je ziet dat vaak bij cliënten die de strategie hebben om dan maar niets meer te delen, met als doel niet meer door hun dierbaren gekwetst te worden: zij voelen de verbinding niet meer. Door dat ene, allerbelangrijkste voor jezelf te houden, voelt het alsof je niet meer gezien wordt door de ander. Verdriet heeft een breder draagvlak nodig, er moet aan worden toegevoegd, elke dag een beetje, door je partner, familie, vrienden, collega’s, totdat het verweven is met je identiteit. Vaak gaat een therapeut als een van de eerste samen met de cliënt op zoek naar het grotere verhaal, het ‘narratief’, door Michael White uitgewerkt tot een waardevolle methodiek: de narratieve therapie.
Een van mijn cliënten die door mij werd uitgenodigd om dieper in te gaan op haar verdriet en gevoelens van schuld en spijt, vroeg mij ‘maar hoe gaat mij dat dan helpen’? En ik had even geen flauw idee hoe ik hier antwoord op moest geven. Als (narratief) therapeut neem ik het voor vanzelfsprekend aan dat praten over gevoelens helpt. Maar praten is niet per definitie beter dan niet praten en gewoon doorgaan met je strategieën. Die waren tenslotte best effectief al die tijd.
Ik pakte de bekertjes waarin onze thee had gezeten, en gaf het ene bekertje de naam van mijn cliënt. Het andere doopte zij zelf ‘verdriet’. Ik vroeg haar het laatste bekertje in de goede positie te zetten. Het stond ver van haar vandaan en ze wilde het daar graag houden. Ze vertelde erbij dat dat haar wel veel moeite kostte. Ze had het er eigenlijk wel mee gehad, en zou willen stoppen met wegduwen. Als dat zou kunnen, zou het leven er heel anders uitzien.
Dat was het begin van een gesprek over hoe praten haar zou kunnen helpen, en we maakten een nieuw plan van aanpak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *